artikel koeling met graszoden

Een andere manier van koelen bij het opbaren van overledenen.

Een tijdje geleden woonde ik een lezing bij van Ineke Laan, georganiseerd door stichting Aurora, over het gebruik van graszoden bij het opbaren van overledenen als alternatief voor elektrische koeling. Deze methode van koelen wordt al enige jaren in de regio Den Haag toegepast door de waakgroep van de Christengemeenschap. De leden van deze groep zijn bewust bezig met de overgang die de overledene maakt naar een volgende fase. Ik was geraakt door het natuurlijke karakter van deze wijze van opbaren, maar kende niemand in mijn persoonlijke omgeving die hier ervaring mee had. Reden om enkele mensen te zoeken die deze manier van opbaren in hun naaste omgeving hebben meegemaakt.
 
Antoon Bekken heeft ervaring met beide manieren van koeling
“Toen mijn zus was overleden en op een koelplaat lag opgebaard, was ze op een bepaald moment bevroren, in plaats van een koeleffect was er sprake van een vrieseffect. Ik stelde mezelf de vraag of het ook iets doet met de ziel die het lichaam heeft verlaten, maar vind het moeilijk hier voor mezelf een antwoord op te vinden. Vanuit de antroposofie gesteund ervaar ik dat de overledene niet ineens ´weg´ is. Het etherlichaam wordt na ongeveer drie dagen afgelegd en de overledene ziet in deze dagen het eigen levenspanorama. In hoeverre een mechanische koeling dit proces verstoort, blijft voor mij een vraag. Ik heb zelf in ieder geval wel last van het geluid van de motor en zet deze als het kan uit.
Wanneer ik bij een overledene zit zonder elektrische koeling kan ik in rust en met de overledene zijn. Door de rust en de stilte komen er gemakkelijk herinneringen en beelden boven.
Bij het opbaren met graszoden speelt de geur voor mij zeker een rol, de geur van het gras vermengd met rozemarijn en de geur van de overledene. Ik vind het een aangename geur: je ruikt de overledene sterker, het is een confrontatie met de dood op een diepere laag. Ik kan me voorstellen dat de geur ook helpt bij het verwerken van de dood van de overledene.“
 
Bij een temperatuur van 18 a 19 graden celsius kan een gestorven lichaam drie dagen zonder koeling. Ramen, deuren, gordijnen zijn dicht, de kamer wordt zo koel mogelijk gehouden. Door het gebruik van graszoden blijft de ruimte koel. Meestal is dan een koelplaat niet nodig. Het nadeel van elektrische koeling vanuit antroposofische visie is dat door de straling de kwaliteit van de ruimte wordt aangetast en dat door de intense koude van de koelplaat het loslaatproces van de overledene verstart, de soepelheid verdwijnt. In tegenstelling tot elektrische stroom die wij als mensen opwekken wordt met het koelen door middel van graszoden aan een natuurlijk proces gewerkt van langzaam loslaten waardoor een stap wordt gezet in de richting van een natuurlijk evenwicht.
 
Drie graszoden, formaat ovenplaat, hebben een voldoende effect. In de (oven)blikken zitten plakken met de aarde er aan zodat het gras actief kan blijven en na afloop weer teruggestopt kan worden in de grond. Voor een aangename geur kan water met rozemarijn badolie worden neergezet. De graszoden, die onder de kist of het bed liggen, worden twee keer per dag voluit besproeid met water, waarin kwartsdruppels en rozemarijn badmelk zijn opgelost.
De combinatie van het gras, de rozemarijn en het kwarts zorgt dat processen die de afbraak van het lichaam ondersteunen, op gang komen. Gras werkt verkoelend, de koolstofassimilatie maakt dat er warmte uit de omgeving wordt onttrokken omdat het gras warmte nodig heeft, wat maakt dat de ruimte koeler wordt. De verdamping wordt versterkt door rozemarijn te sproeien en de kwarts leidt dit in goede banen door de vormkracht kwaliteiten ervan.
 
Freya Steffelaar – Moulijn was al bekend met het gebruik van graszoden als koeling toen haar moeder overleed. Ze besloot haar moeder ook op deze wijze te laten opbaren, hetgeen goed bevallen is.
“Het is een veel natuurlijker proces. Er komt een andere sfeer in de ruimte, een harmonische atmosfeer, met een natuurlijk aroma door de rozemarijn. De kwaliteit van de ruimte verandert.
Door het gebruik van de graszoden worden ook de vier elementen de ruimte ingebracht: aarde, water en lucht, en het vuur komt via de kaarsen en het vurige aroma van de rozemarijn. De rozemarijn badolie en het kwarts zijn overigens belangrijke onderdelen in het geheel.”
Voor haar vormt het waken (vooral in de donkerste uren van de nacht) een belangrijk onderdeel van het zorgvuldig omgaan met de overledene. Het één ondersteunt het ander.
 
Het moge duidelijk zijn dat door deze wijze van opbaren de dood niet wordt weggestopt. De dood mag geroken en gezien worden omdat deze bij het leven hoort.
Voor informatie: Ineke Laan tel. 070-3548340
 
 
 
 
 
 

ruimte voor rituelen